Overtuigingen
Als iedere Nederlander een Euro zou moeten betalen voor alle overtuigingen die ze hebben, dan zouden we genoeg geld hebben om de staatsschuld in een keer af te betalen. Het zijn er nogal wat als je bedenkt dat een overtuiging een idee is dat vaak niet op feiten gestoeld is, maar meer een soort geloof is over onszelf of een bepaalde situatie.
Zo zouden Duitsers heel precies zijn. Ook al hebben we nog nooit alle Duitsers ontmoet. Zo zijn bankiers vooral uit op het eigen gewin, in de vorm van meer bonussen. Ook al zijn er bankiers die liever er voor zorgen dat hun klant rijker wordt door hun investeringsvaardigheden. Zo zijn politici dom. Want ze kunnen geen beslissing nemen zonder de hulp van lobbyïsten of deskundigen. Zo willen winkeliers geen garantie geven op hun producten. Want anders zou de wetgever het ze niet hoeven opleggen.
Waarschijnlijk kan ik zo wel een paar bladzijden doorgaan met het opschrijven van ideeën waarvan mensen geloven dat ze waar zijn en waar ze hun gedrag op baseren. Want dat is helaas wat we doen met overtuigingen. We gebruiken ze om ons gedrag te sturen. Zo zal ik bijvoorbeeld niet mijn directe chef aanspreken, als ik de overtuiging heb dat directe leidinggevenden niet naar ondergeschikten luisteren. Terwijl als ik denk dat mijn directe chef het goed met me voor heeft, ik hem waarschijnlijk gewoon vriendelijk vraag of ik een gesprek met hem kan hebben.
Nu is het niet zo dat een overtuiging zomaar ontstaat. Het kan het gevolg zijn van ervaringen uit het verleden. Maar het kan ook voortkomen uit wat we ooit iemand hebben horen vertellen. Misschien hadden we in het verleden wel een leerkracht of een ouder die helemaal niet vriendelijk reageerde op onze vragen. Maar misschien hebben we ook gewoon heel veel verhalen in onze familie gehoord die gingen over directe leidinggevenden die onvriendelijk waren. Het is vaak niet duidelijk waar een overtuiging vandaan komt. Het enige wat we kunnen vaststellen is dat we ze hebben.
Boven tafel krijgen
Het moeilijkste is het wel om onze overtuigingen boven tafel te krijgen. Dat vraagt namelijk om het nemen van tijd om naar jezelf te kijken. Te kijken naar hoe je je gedraagt in relatie tot anderen. Te kijken hoe je je voelt in relatie tot anderen. Daarbij moet je dan ook nog eerlijk naar jezelf durven kijken. Dus niet de tijd nemen om vervolgens de ander de schuld te geven, maar durven toegeven dat je zelf inbreng hebt in hoe de situatie verloopt.
Boven tafel krijgen wat je overtuiging is begint dus met de tijd te nemen om te kijken naar wat we denken. Vaak blijkt dan dat onze eerste overtuiging is dat we helemaal geen invloed hebben en dat we het slachtoffer zijn van wat anderen doen. De ander is star. De ander is er op uit om ons te pakken. De ander is machtsgeil en maakt graag willekeurig gebruik van zijn macht. De ander vindt ons niet leuk. De ander is slimmer. De ander is niet slim genoeg. De ander is lui.
Vaak zijn het overtuigingen, die we gebruiken om voor onszelf te rechtvaardigen dat we niets uit de situatie hebben kunnen halen. Het zijn vaak ook uitspraken die we tegenover onze directe collega's doen, die ze ook nog eens bevestigen soms omdat ze dezelfde overtuiging hebben, soms omdat ze ons niet willen beledigen. Maar in zekere zin is het gesprek met collega's de eerste plek waar we onze overtuigingen boven tafel kunnen halen. Tenminste als we bereid zijn om naar onszelf en onze collega's te luisteren als we aan het praten zijn.
Een mogelijke andere manier om onze overtuigingen te ontdekken is juist dat te gaan doen waarvan we het gevoel hebben dat het nooit zal lukken. Als onze manager dommer is, dan moet een goed inhoudelijk gesprek nooit mogelijk zijn. Als onze medewerkers geen goede adviezen kunnen geven, dan moeten ze op hun bek gaan als ze adviezen gaan geven. In zekere zin gaat het bij overtuigingen vaak om muizen op de weg waarvan we denken dat het beren zijn.




